2 november 2016
Vooruit!
Zondag 6 november is het weer zover. Voor de 388ste keer gaat de Kaarskensprocessie uit. Dit jaar zal Mgr. Theodorus Hoogenboom, hulpbisschop voor het aartsbisdom Utrecht (Nederland) voorgaan. Hij is bisschoppelijk referendaris voor de bedevaarten en een jaar geleden was hij nog in Scherpenheuvel voor een ontmoeting met de bedevaartsoorden van Scherpenheuvel, Luxemburg en Kevelaer (Duitsland). De Kaarskensprocessie is een sterke traditie en is diep ingeworteld in het leven van parochianen en bedevaarders. Het is een verdichtingsmoment waarin alle aspecten van de bedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel samenkomen.
Allereerst is het genadebeeld duidelijk aanwezig die dag. Alles draait om dit kleine beeldje dat zo goed weergeeft wie Maria is. Geen protserig trots beeld dat door zijn grootheid iedereen overtreft, maar een klein, bescheiden beeld. Voor God was de kleinheid van Maria voldoende om haar te verheffen tot Moeder van zijn Zoon. Hij heeft haar gezien, zoals alleen God ziet: door de kleinheid heen, de grootheid van haar hart en haar geloof. Zo kijken de deelnemers aan de Kaarskensprocessie naar het genadebeeld: met vertederde blikken kijken ze naar Gods Moeder en de hunne, maar ook naar een zus in het geloof. Met Kaarskensprocessie daalt Maria neer van haar vertrouwde troon, zo dicht bij God, om dichter bij de mensen te zijn. Ze wordt één van hen, wat ze het hele jaar door is, maar nu wordt het zichtbaar. Niemand moet omhoog kijken om haar te zien, op ooghoogte kijkt ze zelf iedereen aan. Het genadebeeld wordt ook niet hoog op sterke schouders gedragen, maar door twee handen, die van haar pastoor en dicht aan zijn hart. Zo gaat Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel rond haar basiliek, temidden van de mensen, na een seizoen van luisteren, komt ze nu een kijkje nemen.
Daarmee zijn we bij het tweede kenmerk van de bedevaart naar Scherpenheuvel. De mensen! Wie in de basiliek komt om Maria te ontmoeten, is nooit alleen. Altijd zijn er nog broers en zussen in het geloof. Soms enkelen in de stille uren, vaak met velen van overal gekomen, aangetrokken door die onweerstaanbare magneet die Maria is. De verbondenheid met Maria geeft verbondenheid onder de mensen. Zo was het op de bruiloft te Kana, zo was het onder het kruis en in het cenakel met de apostelen. Zo is het in alle tijden en ook hier en nu. Maria zorgt voor een authentieke ‘kerkervaring’, de verbondenheid tussen mensen als broeders en zusters. Met Kaarskensprocessie barst de basiliek uit haar voegen, overladen vol met broeders en zusters die bidden en zingen zoals Maria dat deed in haar Magnificat: ‘Voor alle geslachten heeft Hij grote dingen gedaan’. En de generaties zijn aanwezig: kleine kinderen, jongeren uit de jeugdbewegingen en de school, volwassenen uit de verenigingen gaan voorop, zieken en gezonden, heiligen en zondaars, ze trekken op met Onze-Lieve-Vrouw als Gods geliefde kinderen, als zijn Volk. Het is een beeld voor wat de Kerk is, het toont wie wij zijn in broederlijke en zusterlijke verbondenheid. In alle eenvoud en dus in alle kracht. Want de eenvoud siert deze processie. Geen praalwagens, geen versierde deelnemers, geen toneelstukjes, geen paarden en wagens. Alleen het Godsvolk, maar wel op zijn mooist: biddend en zingend met een lach en een traan, zoals het volk het hele jaar door bij zijn moeder komt.
Een ander kenmerk van de Scherpenheuvelse bedevaart is de duidelijke aanwezigheid van kaarslicht. Zo sterk zijn de kaarsen verbonden met het bezoek aan Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel dat het doorgedrongen is in het taalgebruik: ‘We gaan naar Scherpenheuvel, een kaarsje branden’! Met Kaarskensprocessie zijn ze er ook, al die kaarsen, al die waakvlammetjes van geloof, hoop en liefde. Geen plaatsgebrek in te kleine kapellen, maar in de zee van ruimte in de openlucht en toch dichter dan ooit bij de harten van de mensen die ze dragen. Het zijn smekende vlammetjes: ‘Zie mij toch, lieve Moeder’. En ze ziet, achter de vlammetjes de glimmende gezichten en in de ogen het kwetsbare smekende hart. Het zijn ook belijdende vlammetjes van vurig geloof. Ze herinneren ons aan Christus, het licht van de wereld en sedert ons doopsel ons licht. We hebben het ontvangen om zelf licht te zijn in deze wereld en in deze tijd. Om ons te tonen, of liever, om Christus in ons te tonen! Zoals Maria Gods Zoon toonde aan de wereld, zo dragen wij Hem en tonen Hem in de kwetsbaarheid en tegelijk onmiskenbare vurigheid van het licht dat we dragen.
Christus, het licht van de wereld omdat Hij zijn leven heeft gegeven, Gods liefde tot het uiterste toe toonde op het kruis. Daarmee zijn we aanbeland bij het vierde aspect dat de bedevaart naar Scherpenheuvel kenmerkt: de vieringen van de eucharistie. Nergens in ons land wordt de eucharistie zo massaal gevierd als bij Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel. Honderdduizenden ieder jaar vieren het leven, lijden, sterven en verrijzen van Christus in de eucharistie en ontvangen zijn Lichaam in de communie. Met Kaarskensprocessie zijn we met honderden samen om in de Mariahal Gods liefde tot het uiterste te belijden, te vieren en te ontvangen. Onze-Lieve-Vrouw is dan bij ons, zoals op de bruiloft te Kana en is opnioeuw getuige van de overvloed die haar Zoon schenkt aan wie vertrouwen heeft, geloof. ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’, zegt ze ook nu. Met Maria luisteren we naar Gods Woord, zoals Maria willen wij het ook doen, gestalte geven, in ons leven, in ons samenleven.
Al deze elementen verbinden ons met God en met elkaar, steeds is Maria erbij als een soort bindmiddel. De aangegeven kenmerken van de bedevaart en van de Kaarskensprocessie zijn ook kenmerken van oprecht geloof. Dat maakt van deze dag een waarachtige hoogdag van geloof, hoop en liefde. Vooruit, laten we opgaan, processiegewijs op de wijze van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel!