24 maart 2021
Met palmen in de hand
Bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, het doel van zijn zending, begroeten de mensen Hem met palmtakken in de hand en zingen Hosanna! Het zal maar enkele dagen duren of deze lofzang zal overgaan in: ‘Weg met Hem, kruisig Hem’. Zo ging het toen en zo gaat het altijd maar door, ook in onze tijd. We loven de Heer als het ons goed gaat, maar als het minder wordt, is Hij de eerste die eraan moet geloven. ’t Is eigenlijk schrijnend dat wie het meest voor ons over heeft, de eerste is die de kritiek moet krijgen.
Hoe herkenbaar voor ons, voor ouders, voor vrienden, voor geliefden… Is het ook niet onze ervaring dat als we alles hebben gedaan en gegeven wat in ons vermogen ligt, we de rekening gepresenteerd krijgen precies van diegenen die ons het dichts aan het hart liggen?
Misschien kunnen we iets leren van hoe Jezus daarmee omgaat. Hij laat op het eerste zich begaan. Dat kunnen wij al zeker niet. We trekken ten strijde, we verdedigen ons, we zijn misnoegd, het is allemaal niet eerlijk. Jezus daarentegen zwijgt. Wil dit ‘ondergaan’, dit ‘zwijgen’ zeggen dat Hij dit allemaal goed vindt? Neen, zeker niet! Wil het zeggen dat er geen gerechtigheid moet geschieden? Zeker niet. Alleen, Jezus kent de harten van de mensen, die van wie trouw bij Hem blijven tot onder het kruis en die van de schreeuwers en de ontrouwen. Hij heeft alles gegeven aan goedheid en aan menslievendheid. Hij heeft alles goed gedaan en gezegd en dat geeft Hem vrede. Hij gaat zijn zending van liefde nu niet uit de weg door discussies en strijd. Wat zou Hij daarmee kunnen winnen? Hij heeft gezegd wat gezegd moest worden en gedaan wat gedaan moest worden, dat horen wij in het evangelie dat verheven wordt na zijn dood en verrijzenis tot Blijde Boodschap, tot Woord van Leven. Wat had Hij nog meer kunnen of moeten doen om de harten te bevrijden, de mensen te bekeren? Alles heeft Hij gegeven en dat is zijn vrede. Hij vertrouwt op zijn en onze Vader dat het goede zaad dat Hij heeft gezaaid vruchten zal dragen, goede vruchten, blijvende vruchten. Alleen, op het moment van zijn liefde tot het uiterste toe, op het kruis, ziet Hij ze niet. Maar ze zijn er.
Zo is het ook met ons. Als we goed doen, oprecht en van harte, mogen wij geloven in de vruchten die daar zullen uit komen. Ouders hopen erop zonder ze te zien bij hun kinderen, maar ze waken, geduldig en gelovig. Ze trekken niet ten strijde tegen wat zij met alle goede bedoelingen zijn begonnen. Ze hebben gedaan wat ze konden en dat is voldoende, meer dan voldoende zelfs. Er zit iets oneerlijks in dat ze de vruchten van hun inzet niet altijd zien, dat ze vaak de rekening gepresenteerd krijgen van wat allemaal beter had gekund. Maar ze hebben één groot voordeel: ze geloven in wat ze hebben gedaan. Dat is de kinderen niet altijd gegeven. Daar hebben ze nog tijd voor en dat is ook goed. Gaandeweg zullen ze in hun leven, in hun streven en in hun falen zichzelf en hun ouders tegenkomen en dan zullen ze precies hetzelfde doen: geloven dat het toch goed is.
Jezus vertrouwt op zijn Vader. Hij hoort de hosanna’s en Hij ondergaat de ‘Weg met Hem’s’, maar uiteindelijk is Hij geborgen in de hand van zijn Vader die alles weet, ook wat gaat komen. Het is een oefening in geloof, in de belijdenis van Jezus: ‘In uw handen Heer, beveel Ik mijn geest.’