‘Kom, Heer Jezus!’

10 december 2014

Categorie: default - Reageer

De laatste zin in de Bijbel luidt: ‘Kom, Heer Jezus!’. Na een hele bibliotheek van boeken uit het Oude en uit het Nieuwe Verbond sluit het laatste boek, dat van de Openbaring, af met een wens, een bede, een verzuchting. Inderdaad, als je de hele Bijbel hebt doorworsteld, hebt kunnen lezen hoe de Messias verwacht wordt in het Oude Testament en hoe Jezus die Messias is in het Nieuwe Testament, dan kun je niet anders dan vragen dat Hij spoedig komt zodat wij Hem kunnen zien van aangezicht tot aangezicht.

Die verwachting straalt de Advent uit. Wij kijken samen uit naar de wederkomst van Christus en we doen dat met een hart dat vol is van zijn Blijde Boodschap. We verwachten een geliefde, die de liefde heeft aangestoken bij zijn eerste komst. Vandaar dat de Advent geen droeve tijd kan zijn. Het mag gerust wat uitbundiger zelfs! Want mensen die verwachten stralen. Dat stralen vinden we uitgebeeld in de kaarsjes op de adventskrans. Iedere zondag eentje meer totdat het licht niet meer te doven is op de donkerste dag van het jaar: Kerstmis. Dan zal iedereen zien dat het licht dat ons doet leven sterker is dan de duisternis.

We zijn niet alleen het groeiend licht dat in deze wereld schijnt, we zijn ook de groene twijgen van de hoop. Als de bladeren van de bomen zijn gevallen en de natuur troosteloos in zichzelf keert, vinden wij nog groen waarin het leven onverminderd aanwezig is. Die groene twijgen van de hoop zijn wij en samen vormen wij een krans van hoop. De adventskrans is dus niet zomaar een versiersel dat sfeer schept zoals de kerstboom straks bij het stalletje. Neen, het is een sterk symbool dat uitdrukt wie wij zijn als christenen en wie wij steeds meer worden met de hulp van Gods genade. Wij verdorren niet, wij doven niet en we vallen niet uit elkaar. Wat een boodschap voor onze tijd, voor elke tijd!

Christenen zijn mensen van de onverwoestbare hoop omdat ze vooruit kijken, verlangen en verwachten, adventsmensen zijn. Wie voortdurend achteruit kijkt, staart zich blind op wat voorbij is; wie krampachtig aan het heden houdt, vreest de toekomst. Wie verwacht, bouwt op de fundamenten van verleden en heden en opent de toekomst niet alleen voor zichzelf, maar voor iedereen. Van die houding getuigen de grote adventsfiguren: Johannes de Doper, Maria, Jozef, Elisabet, Zacharias. Gevormd in het Oude Verbond, staande in de realiteit van hun tijd, geven ze zich over aan de toekomst die de Heer opent en mogelijk maakt. En die toekomst is meer dan ze in verleden en heden durfden te dromen. Het verandert hun leven en dat van ons. Johannes geeft zich over en wijst de toekomst aan, Maria zegt ‘Ja’ en draagt de Redder van de wereld, Elisabet is oud en onvruchtbaar en ontvangt samen met haar man ZachariasJohannes de Doper. Zo kan het ook met ons gaan als we onze ogen en oren en hart openen voor de Heer. Hij klopt voortdurend aan, zijn engel heeft ook voor ons een Blijde Boodschap, zijn Geest hebben wij ontvangen in ons doopsel en vormsel. Kom, Heer Jezus, kom in mijn leven en in ons samenleven!

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond