‘Kent gij de tekenen van de tijd?’

6 juli 2016

Categorie: default - 1 reactie

'Kent gij de tekenen van de tijd?’

Deze oproep van Jezus werd door het Tweede Vaticaans Concilie toegepast op de hele kerkgemeenschap als een uitdaging en een uitnodiging om opnieuw in de wereld te staan zonder erin helemaal in op te gaan. Het is inderdaad de grote uitdaging om in alle tijden de kracht van het evangelie te verkondigen, te vieren en te dienen. Daarom bidt het eucharistisch gebed: ‘Leer alle gelovigen van uw kerk de tekenen van deze tijd verstaan en maak hen trouw in de beleving van uw evangelie.

Maar wat zijn de tekenen van deze tijd en hoe kunnen wij ze verstaan?

We zien wel veel, maar verstaan we er de betekenis van? Tekenen van deze tijd kunnen ons negatief of positief voorkomen, maar wat betekenen ze? Voor gelovigen is de godsverduistering een teken van de tijd dat wij met pijn en ontgoocheling vaststellen; voor ongelovigen kan dit zelfde teken van pijn een bron van vreugde zijn: ‘Eindelijk zijn we verlost van de religie!’. Eenzelfde teken van de tijd dat heel anders wordt beleefd. Hoe kunnen we dat verstaan? We kunnen er onze eigen gedachten over laten gaan en er een ‘welles-nietes’ spelletje van maken, we kunnen er ons in uitleven om ons ongenoegen, onze mislukking (en vooral die van anderen) tentoon te spreiden, we kunnen er oneindig over doordrammen tot verveling van onze toehoorders, we kunner ons cynisme mee voeden, we kunnen ontkennen, we kunnen vluchten in uitersten… de mogelijkheden zijn schier onbeperkt, maar dit alles brengt nog meer verduistering… van God.

Voor gelovigen is de grote uitdaging om de tekenen van de tijd te zien met de blik van God en die blik kennen we. Niet alleen in het evangelie, maar in de hele bijbel vinden wij de blik van God terug op allerlei menselijke situaties. ‘Voor God is niets onmogelijk’, zegt de engel, ‘Voor God is niets onbekend’, zingt de psalmist. Hoe ziet God de verduistering van zijn bestaan in onze tijd? Heeft Hij dat al eens niet meegemaakt? Eens of zelfs vaak!

Het volk onderweg in de woestijn vergeet God of is zelfs ronduit tegen God als ze hun eigen gouden kalf maken. De profeten klagen de Godsverduistering aan bij het volk dat zich gelovig noemt! En Jezus is niet mis te verstaan in zijn kritiek op de vrome farizeeën en schriftgeleerden die zich nochtans zelf tot de uiterst gelovigen rekenen! ‘Luister naar hun woorden, kijk niet naar hun daden!’ En van de – nochtans ongelovige honderman – zegt Jezus: ‘Nergens in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden’.

Wie verduistert God eigenlijk? Als we naar onszelf luisteren, is het de schuld van anderen: de ongelovigen, de media, de geseculariseerde samenleving, de vreemdelingen… Driftig wijzen we in het rond naar de schuldigen, maar moeten we de blik van God niet over onszelf laten gaan? Hebben wij ons niet al te zeer laten meesleuren in een klimaat waarin God overbodig is geworden? Zijn wij niet evenzeer lid van de consumptiemaatschappij die alles koopt wat ze wenst, ook geluk? Zijn wij niet degenen die ‘flauw’ zijn geworden in de beleving van ons geloof? Zijn wij niet degenen die excuses vinden bij de vleet om zichzelf te verontschuldigen als het gaat om trouw aan onze doopbeloften?

De verdrietige blik van God over zijn ontrouwe volk toen, is er niet vrolijker op geworden als hij naar zijn volk van nu kijkt. Maar daarmee is niet alles gezegd. De blik van God wordt naast ernst en verdriet ook gekenmarkt door een diep verlangen naar ons. Het is de blik van zijn barmhartige hart die ziet waar wij verloren lopen, maar die evenzeer rusteloos op zoek gaat naar ons. Waar God verduisterd wordt door zijn volk, is Hij degene die licht brengt. Waar God verborgen gehouden wordt, is Hij degenen die zich toont. In Jezus heeft hij dat het sterktst getoond. Hij is het licht der wereld voor de heidenen, de ongelovigen, maar ook voor de zogenaamde gelovigen. Voor iedereen is Hij het licht van Gods bestaan, van Gods liefde, van Gods grenzeloze barmhartigheid.

Onze roeping en zending als gedoopten is om dat licht te zijn, voor iedereen! Geen licht dat wij zelf aansteken, maar dat God heeft aangestoken toen Hij ons als zijn veelgeliefde kinderen heeft aangenomen in ons doopsel. Als we God verduisteren, verduisteren we ook onszelf. Laten we het licht dat Hij heeft aangestoken hoog houden, hoger naarmate het donkerder wordt. In plaats van anderen aan te wijzen, laten wij God aanwijzen met grote dankbaarheid omdat Hij ons ziet, graag ziet, liever nog dan ons gebrek aan liefde voor Hem en voor elkaar. Dat is ons geloof verkondigen, vieren en dienen.

 

Reacties

Door Anny bertens 05/10/26 (10 jaren geleden)

Anny bertens

re: ‘Kent gij de tekenen van de tijd?’

Een mooi voorbeeld legt u hand op u hoofd, en zie wie er onder staat. Nu hebben wij de heer niet nodig, maar als het dringt dan zetten wij al onze hoop op de heer. De meeste mensen zitten uren op de pc maar deze blog kennen ze niet. Het zou beter zijn als de mensen dit zouden lezen, dat doet ons misschien eens nadenken

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond