2 oktober 2013
Oktober is ook missiemaand. We denken dan bijzonder aan de missionarissen die het woord van de Heer in hun hart hebben horen klinken: ‘Ga en maak alle volken tot mijn leerlingen’. Met velen zijn ze vanuit onze streken gegaan om de Blijde Boodschap te verkondigen in woord en in daad. Zo gaat het met het Woord Gods. Het dient om gehoord en beleefd te worden. Zo hebben wij in de zevende eeuw de missionarissen ontvangen en met hen het nieuwe leven dat Christus met ons voorheeft. Op onze beurt hebben wij vanuit die schat gedeeld met volken veraf.
Geloven is een werkwoord, zoals hopen en liefhebben. Je kunt het niet alleen en al zeker niet zonder de Heer. De missionering gaat dan ook verder en dieper, ze is nooit af. Van verre komen broeders en zusters in deze tijd naar ons om de Blijde Boodschap te verkondigen. Dat is heel goed, want ze is een beetje onder het stof komen zitten. We geloven nog wel, we luisteren nog wel naar Gods Woord, maar maakt het ons nog vrije en blij? Het mist ons aan enthousiasme om wat wij van de Heer ontvangen aan liefde en leven in overvloed. Herinneren we ons nog de woorden van de evangelist Johannes die aan het einde van zijn evangelie schrijft: ‘Nog veel zou ik u kunnen vertellen over Jezus, maar deze woorden heb ik geschreven opdat gij zoudt geloven en door te geloven leven moogt hebben in overvloed.’ Hoe staat het met dat leven in overvloed? Vloeien wij over van dat Leven? Ik heb soms de indruk dat we ingedommeld zijn en trachten om ‘slapende rijk te worden’. Zonder getuigenis zal het echter niet gaan. We mogen niet slapen, we moeten waken. Wakker het geloof ontvangen, beleven en doorgeven. Nu opstaan om te verrijzen op de laatste dag!