26 oktober 2016
'En God is oneindig rechtvaardig’, dat moet bij zijn oneindige goedheid en geduld toegevoegd worden! Mijn grootmoeder had moeite met mensen die hun hele leven niet van God of gebod moesten weten en die dan op het einde van hun leven vlug ‘alles in orde brachten’. Zij zei dat aan een nonkel van haar die priester-missionaris was en die antwoordde dan: ‘God is oneindig goed, maar ook oneindig rechtvaardig’. Als kind heb ik dit familieverhaal vaak gehoord, zo vaak dat het als een soort dogma in mijn geheugen gegrifd staat! Het geduld van God heeft alles te maken met zijn goedheid en zijn rechtvaardigheid. Dat betekent dus niet dat God zomaar alles lijdzaam aanziet alsof het hem niets kan schelen. Hij zou geen goede vader zijn, mocht Hij zo passief en haast onverschillig met ons omgaan. Zijn geduld is actief, precies omdat Hij goed en rechtvaardig is. Hij verlangt ernaar dat de mens, zijn veelgeliefde kind, zich bekeert tot het leven dat Hij in zijn Zoon ons voorhoudt. En hoewel Hij veel meer geduld heeft dan wij, zijn verlangen naar dat moment waarop wij als zijn veelgeliefd kind ook waarachtig op zijn Zoon gelijken, is zo groot dat Hij gespannen, haast ongeduldig, uitkijkt. We kunnen het vergelijken met het actieve verlangen van ouders naar hun kinderen. Ook zij hebben geduld, maar blijven evenmin onverschillig afwachtend kijken naar wat hun kind uitspookt. Integendeel, hun geduld wordt gekenmerkt door goedheid in het schenken van nieuwe kansen en door rechtvaardigheid in het voorhouden van wat dat goede in die kansen inhoudt. Slechts met veel liefde, geloof en vertrouwen kunnen zij dit ouderschap aan. Zo ook met God!
En toch blijven we met de vraag zitten of die goedheid en rechtvaardigheid van God wel zo eerlijk is wanneer we zien en ervaren tot welke gruwelijke daden de mens in staat is. Kan God dit allemaal zomaar toelaten. Neen en dat doet Hij ook niet. In onze inspanning om het strenge, angstaanjagende Godsbeeld van vroeger om te buigen tot het beeld van God als een barmhartige Vader, dreigen wij Hem ook onrecht aan te doen door te dicteren wat Hij allemaal goed moet vinden. De krampachtigheid van het oude, al te strengen Godsbeeld, is tot een nieuwe krampachtigheid uitgegroeid, nl. De dictatuur van het algoede. Het resultaat is, en we kunnen daar in deze tijd van Allerheiligen en Allerzielen wat blijven bij stilstaan, dat we onszelf en elkaar onmiddellijk de hemel in prijzen. We hebben het oordeel, het voorlopige en het laatste, bij onszelf gelegd en het ontnomen aan God want Hij is toch altijd goed. Ik geloof nit dat dit juist is en ook niet Bijbels gefundeerd kan worden. Het behoort tot het wezen van God dat Hij het eerste en het laatste woord over ons leven heeft. Zeker, een woord van liefde, maar precies daarom ook een woord van rechtvaardigheid. God neemt de liefde ernstig, die van de mensen en die Hij zelf is en daarom kan en zal Hij oordelen over ieder van ons en ‘ons vergelden naar onze daden’. Hij geeft ons hele laven lang door nieuwe kansen om de liefde die Hij ons in de Schrift openbaarde en nog het meest in zijn eigen Zoon, te ontdekken, te ontvangen en te beleven. Wie dat niet niet heeft gedaan, zal daar op gewezen worden, zal tot inzicht komen van de eigen liefdeloze daden, maar zal ook de kans krijgen om ultiem zich tot de liefde van God te bekeren om deel te kunnen uitmaken van zijn Rijk. Die kans zal inhouden dat de geoordeelde geduld zal moeten opbrengen om te groeien in die goddelijke liefde. Wat hij of zij gedurende het leven niet heeft willen opbrengen, zal dan in de tijd die God zal bepalen moeten gebeuren. Of niet, want de mens is vrij om in te gaan op het liefdesaanbod van God. In dat laatste geval sluit hij of zij zich helemaal uit van het Rijk Gods. In het andere geval zal men de tijd krijgen, de ultieme kans, om die liefde te ontdekken en er in alle vrijheid op in te gaan. In de klassieke voorstelling (die we ook al te gemakkelijk aan de kant hebben geschoven) spreken we over hemel en hel en vagevuur. De hel is dan het zich afsluiten van Gods liefde, het vagevuur het zich oefenen in Gods liefde en de hemel vertoeven in Gods liefde. Dit alles met het zicht op het Rijk Gods waarin ‘God alles in allen zal zijn’. Dat Rijk is het uiteindelijke doel van de hele schepping. Daarnaar zijn we onderweg. De heiligen en de zondaars. De heiligen hebben zich tijdens hun leven al krachtig bekeerd tot de liefde Gods en zijn erdoor gaan stralen, hebben meegebouwd aan het Rijk Gods. De zondaars hebben tegengewerkt, zij mogen door de kracht van Gods geduldige liefde vooralsnog kiezen voor dit Rijk en zich eraan overgeven. Daarom vieren we Allerheiligen en Allerzielen ook vlak na mekaar. De adem van het Allerheiligenfeest dat vervuld is van Gods liefde, verwarmt de zielen die nog mogen groeien: de overledenen en ook wij.
Een zalig hoogfeest van Allerheiligen en vredevolle dagen van dankbare herinnering aan wie ons zijn voorgegaan.