17 juni 2015
Velen onder ons blikken terug op een gelukkige jeugd en zijn dankbaar voor de liefde en de kansen die zij van hun ouders mochten ontvangen. Het zijn fundamenten waarop we ons leven bouwen en die sterk blijven ook te midden van stormen waarvan niemand gespaard blijft.
In het najaar 2014 werd in Rome op vraag van paus Franciscus een synode georganiseerd over het gezin. Eraan voorafgaand was er een breed onderzoek waarbij gezinnen gevraagd werden om mee te denken en hun zorgen en vreugden mee te delen. De wereldwijde vergadering bracht heel wat elementen aan, heel wat vragen en uitdagingen, ook veel dankbaarheid. Een synodebijeenkomst was niet genoeg om recht te doen aan alle verzuchtingen. Daarom wordt dit najaar het tweede deel georganiseerd. Het is geen eenvoudige oefening om in de grote verscheidenheid van bekommernissen en uitdagingen krachtlijnen aan te duiden. En toch zijn er heel wat realiteiten die gezinnen wereldwijd verbinden. We noemen er enkele.
De zorg om in een sterk veranderende wereld de relaties standvastig en duurzaam te laten blijven. De zorg voor gebroken relaties die vaak diepe wonden nalaten die maar moeizaam geheeld worden. De zorg om de opvoeding van de kinderen een uitdaging voor iedere ouder en niet alleen in gebroken relaties. De bescherming van het gezin in sterk gewijzigde samenlevingen. De aandacht voor nieuwe vormen van relaties. De vereenzaming van nogal wat mensen die ‘niet meer mee kunnen’ in een veeleisende maatschappij. Hoe kan de christelijke moraal een baken zijn voor de gezinnen in hun verscheidenheid?
Maar er is nog een belangrijkere vraag: hoe kan de Blijde Boodschap bemoediging, kracht, inspiratie, genade zijn voor de gezinnen? Wekt het evangelie en de Kerk die het mag verkondigen vreugde in de relaties, in de gezinnen? Ontmoeten de gezinnen de levende Heer als een bevrijder, een redder, een verzoener, een beminde? Zijn de gezinnen ‘huiskerken’ waar het liefhebbende hart van God klopt?
We moeten ons de vraag durven stellen of wij de gezinnen niet al te veel aan hun lot overlaten, hen niet voldoende nabij zijn, niet waken bij hun lief en leed. We komen uit een tijd waarbij de Kerk en dan vooral in de persoon van haar bedienaars zich moeide met ieder aspect van het gezins- en familieleven. Zijn we nu niet aanbeland in het ander uiterste, de totale afwezigheid? Beide houdingen zijn overdrijvingen die niet wenselijk zijn. Vinden we de ‘gulden middenweg’ om in Jezus’ naam herders te zijn voor de gezinnen? De Heer vraagt ons met aandrang om niet te oordelen en te veroordelen. We zijn daar als Kerk nochtans sterk in (geweest). Maar het zwijgen en ‘laten doen’ is ook een oordeel, oorverdovend in de stilte. De houding van paus Franciscus kan ook ons helpen om waar we wonen en komen een zegen te zijn voor de gezinnen: luisteren, bidden, danken en bemoedigen. Gelukkige gezinnen zullen dit wel herkennen!
Door kristel 05/10/26 (11 jaren geleden)
gelukkig
ik zou graag gelukkig wilen woren en ook een relatie wilen met jong wat ik graag zie ook dat ons famillie is hem is knap en zo
en ik zou graag gelukkig wilen woren met die mezier hep we gat en ik en mij zus en mama heben veel mee gemaak en we zou graag huisje wilen kopen das is ons groden wes en we zou zo graag van als mezier van af wilen zijn omdat we niet meer kunden we zijn gewoon beu en zo en we zou graag gelukkig wilen zijn zonder mezerie en ruzzie en omdat we zijn het beu vriendelijk groeten kristel vicky cahja dank u wel