30 maart 2016
Christus speelt geen verstoppertje!
Het geloof in de verrijzenis van Christus – en in onze verrijzenis – is de kern van ons christelijke geloof. Daarmee staat of valt ons geloof en onze verkondiging, zegt Paulus. Maar het is meteen ook het moeilijkste geloofspunt. We belijden het wel in de geloofsbelijdenis: ‘Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven’, maar doen we dat ook? Enkele jaren geleden werd onderzoek gedaan hiernaar en wat bleek, vele gedoopten geloven niet in de verrijzenis. Van de wekelijkse kerkgangers geloofden er meer in de verrijzenis, maar lang niet allemaal. Merkwaardig toch! Maar het is de realiteit en we moeten ze ernstig nemen.
Ook Jezus neemt die realiteit ernstig, want het was niet anders ten tijde van zijn dood en verrijzenis. De leerlingen hadden het er ook moeilijk mee, ze verstonden er niets van en het gaat zover dat ze ontgoocheld na hun avontuur met Jezus terug naar hun vissersboten en netten gaan. Het is voorbij, het was mooi geweest, maar lelijk geëindigd, voor Jezus en voor hen. Jammer!
Jezus komt de leerlingen echter te hulp in hun geloofstwijfels. Hij verschijnt meerdere malen aan hen, toont zich als de verrezen, verheerlijkte Heer. Hij komt zelfs tegemoet aan de vraag van Thomas om zijn vingers in de wonden te mogen leggen. Is de verheerlijkte Heer wel dezelfde als diegene die zij gekend hadden en die gekruisigd was? Ja, Jezus helpt hen zodat ze in Hem geen spook of zinsbegoocheling zien, maar Hemzelf, de gekruisigde en verrezen Heer.
Uit onszelf kunnen wij de verrijzenis van Christus ook niet vatten, we kunnen het niet ‘bewijzen’. We hebben wel ernstige aanduidingen om ons geloof fundamenten te geven, maar uiteindelijk zullen ook wij de sprong moeten wagen en zeggen: ‘ik geloof in de verrijzenis’, of ‘Ik geloof niet’. De liturgie van de zondagen na Pasen komt ons tegemoet in onze zoektocht naar geloof. We mogen meekijken en –luisteren met de leerlingen die op de achtste dag, de zondag dus, de verheerlijkte Heer ontmoeten. In de eerste lezing uit da handelingen van de apostelen, mogen wij het horen en zien in het leven van de apostelen na de gave van de Heilige Geest. Zij doen en zeggen precies wat Jezus heeft gedaan en dat is het werk van de Geest, die van Jezus de verrezene die bij hen blijft. We horen in de tweede lezing de apostel Johannes en het visioen dat hij heeft ontvangen. We krijgen een blik in het Rijk Gods, waar we allen samen met Christus verheerlijkt zullen zijn.
We kunnen het echter ook geloven door het getuigenis dat wijzelf geven. Door te zien en te horen hoe de verrezen Heer ook nu verschijnt overal waar christenen, vervuld van de Heilige Geest, de woorden en werken van Jezus verder zetten. Wie een bezielde christen ontmoet, ontmoet immers de verrezen Heer. Je kunt het eenvoudig merken: spreken ze woorden en stellen ze daden die ten leven wekken of niet en doen ze dat omwille van zichzelf of omwille van de liefde van Christus voor God en voor hun medemens? Wie de Heilige Geest heeft ontvangen, heeft andere oren en ogen: ze zien en horen meer dan de onmiddellijk zichtbare werkelijkheid. Het lijken wel visioenen, maar het is dé werkelijkheid: de blik van God op ons en die is heerlijk, zoals de Heer.
Zalige Paastijd aan allen. Dank ook aan de velen die hun beste beentje hebben voorgezet om in zang, muziek, bloemen, poetsen, wassen, lezen, dienen, vieren, ziekenbezoek en zoveel andere vormen van inzet de Goede Week en Pasen tot een feest te maken!